Bij Concerto was je voor soul, jazz en reggaeplaten aan het goede adres

Gerard ‘meneer’ Muller heeft een eigen hoofdstuk in het boek. Zijn verhaal begint op het moment dat hij op zijn drieëntwintigste voor het eerst Concerto binnenstapt, in 1971: het jaar dat hij vanuit Suriname naar Nederland was gekomen. Hij woonde en werkte bij de Oranje-Nassau Kazerne in de buurt, en ontdekte toen per toeval Concerto. In Suriname groeide meneer Muller op met een liefde voor muziek, en was vanzelfsprekend benieuwd naar de winkel. Hij stapte naar binnen en zag Bep: ‘een heel vriendelijke vrouw, ik kon goed met haar opschieten’. Hij werd al snel vaste klant.

Meneer Muller was vaak op zoek naar platen die je vrijwel nergens kon krijgen in die tijd: soul, funk, reggae, bepaalde jazz, salsa, muziek van The Drifters, Aretha Franklin, Otis Redding. ‘Er waren in die tijd niet zulke grote namen als Concerto, waar je altijd terecht kon. Hier wist je gewoon dat je aan het juiste adres was.’ Veel Surinamers wilden dezelfde platen als meneer Muller, maar er was nog niet zoveel aanbod. ‘Soms was er maar ééntje, en dan moest je echt vechten om de plaat te bemachtigen!’ Bep hield daarom vaak de zeldzame en dus begeerde soulplaten voor hem achter als die net binnen waren gekomen. Dan kwam meneer Muller ze de volgende dag meteen ophalen.

Meneer Muller draaide vaak aan één stuk door plaatjes als hij vrienden en kennissen over de vloer had. ‘Dan vroegen ze aan mij: Gerard, hoe kóm je aan deze plaat? Ze kenden Concerto nog niet: in Rotterdam en Den Haag had je zoiets gewoon niet. Maar vanaf toen kwamen ze vanuit alle uithoeken van het land naar Concerto toe’.

Benieuwd naar het hele verhaal van meneer Muller? Je leest het in het hoofdstuk ‘A change is gonna come’.

Door Emma van Bergeijk