De Concerto tas. Het ontwerp is eind jaren zestig gemaakt door Greetje Lekelaar. Greetje, die toen nog een tiener was, werd door de toenmalige baas (en oprichter) Gijs Molenaar gevraagd om het ontwerp te maken. Gek genoeg zijn er bijna geen foto’s waar de tas op te vinden is. In het Concerto archief is het er eentje en die stamt uit 1981. Op de foto geeft een medewerker een tas met platen aan een klant. Die medewerker is Bart Nauta die van 1978 tot 1984 in Concerto heeft gewerkt. En nu 41 jaar later hebben we hem gevraagd om de foto nog een keer over te doen.

2022 Rob Rison (l) en Bart Nauta

Deze keer gaat Bart op de foto met Rob Rison die al jaren vast klant bij ons is. Noem een uitgave van een Rolling Stones album en de kans is groot dat Rob het in de kast heeft staan. Een liefhebber en verzamelaar in hart en nieren. En natuurlijk staat de tas die al die jaren hetzelfde is gebleven er ook op. Alleen het telefoonnummer kreeg in de loop van de tijd  eerst een 3 en later een 6 ervoor. En waar het ooit begon met huisnummer 60 staat er sinds de jaren negentig 52-60 op de tas.


Foto uit 1981 met Bart tussen de stapels vinyl

Na de foto begint Bart enthousiast te vertellen over hoe het vroeger was. Hij hield zich veel bezig met het prijzen van 2e hands platen, dit onder een toeziend oog van Gijs Molenaar. Er mocht immers niet iets te goedkoop in de bak belanden. Maar te duur en misschien lang in de bak was ook niet de bedoeling. Concerto was vanaf het begin een winkel voor iedereen, het moest ook betaalbaar zijn voor iemand met een krappe beurs. En nog steeds kan je voor een paar euro LP’s en CD’s scoren.


Foto uit 1981 met links Bart Nauta en in het midden Gert Mazurel, later vanaf de jaren negentig ook een tijd eigenaar van Concerto.

De filosofie van Concerto was immers dat de omloopsnelheid van de tweedehands platen hoog moest zijn. Als een klant een week of een maand later weer in de winkel was moest er dus weer een hoop nieuwe aanvulling zijn, iets wat tot op de dag van vandaag ook de bedoeling is. In de tijd van Bart hadden de prijsstickers allemaal een kleur. Elke twee weken werd er gekeken welke LP’s met een bepaalde kleur sticker er nog stonden en die werden dan afgeprijsd. In de jaren zeventig en tachtig ging een plaat voor bijvoorbeeld 12,50 gulden de bak in, twee weken later ging ie op 10,50. Dat proces ging net zo lang tot het verkocht was of als het hopeloos leek verdween het uit de winkel en werden deze partijen weer doorverkocht naar handelaren elders in het land. Tegenwoordig gaat het nog bijna net zo ook al is het afprijzen iets minder frequent en wordt er eerder gekozen om gelijk de eerste keer een flink stuk van de prijs af te halen.

Door Menno Borst

Hans Dulfer. Met zijn 82 jaar een Nederlandse jazz veteraan die nog steeds van zich doet gelden in de muziekscene. In 1994 ( 27 jaar geleden ) werd er van hem een foto gemaakt bij Concerto met zijn saxofoon op zijn kin. Die foto is inmiddels legendarisch, vandaag zetten we hem opnieuw op de foto voor de winkel. Kan hij dat trucje nog steeds?

Hans komt met twee koffers Concerto binnengelopen. Hij wil met een vreemd uitziende zwarte tenorsaxofoon op de foto. ‘Daar heb ik de bocht uit laten halen’ vertelt hij mij. De anekdotes vliegen me om de oren, alles met een Amsterdams accent. Kwiek is hij en vol met verhalen.
‘Niet alles opschrijven he?’ Zegt hij tussendoor, waarna hij dat ook weer wegwuift. ‘Ik ben al zo vaak geïnterviewd.’
We zetten hem voor de etalage op de foto, dezelfde plek als jaren geleden.
Wel met de zwarte, rechte saxofoon. ‘Dat kin trucje doe ik niet meer hoor.’
Tijdens het fotograferen speelt hij op zń saxofoon. “Anders ziet het er niet echt uit weet je’. De mensen die langslopen kijken op of lachen naar hem.

Tussen het foto’s maken door kletsen we verder. In onze etalage ligt de nieuwe uitgave van zijn plaat uit 1970. Hij is daar 29, 30 jaar en lijkt een beetje op een jonge Robert Redford.
Ik verbaas me over zijn lange haar wat ik zie op een andere hoes die ik erbij heb gepakt.
‘Natuurlijk had ik lang haar!’ Wat dacht je dan ? Het waren de seventies. ‘Ik had het langste haar, dronk het meeste en gebruikte de meeste drugs.’
Ik kom tijdens ons gesprek vaak niet bij van het lachen, alle opmerkingen die steeds weer uit een onverwachte hoek komen..

Dingen die ik in kort tijdsbestek over hem te weten kom:
Hij had ooit 42 saxofoons, maar heeft ze inmiddels bijna allemaal verkocht. Hij heeft 1 Selmer Mark VI tenor waar hij op speelt. ‘Dat is de Stradivarius onder de saxofoons’. Om te spelen heb je er maar eentje nodig, en misschien 1 reserve. Soms opent hij thuis een koffer van een van zijn saxofoons en dan kijkt hij ernaar, met bewondering.
Hans is jazz gaan spelen na het bijwonen van een optreden van Kid Dynamite ( een toentertijd beroemde saxofonist uit Suriname) in de jazz club aan het Haarlemmerplein: ‘Ik kwam de zaal binnen en zag een donkere man, in een mooi pak op het podium. Hij had alle leuke meisjes om zich heen en hij kreeg gratis bier. ‘Ik dacht; dat wil ik ook!’
Wat me het meest verraste was dat Hans van 1963 tot 1995 autoverkoper is geweest.
En dat deed hij met heel veel plezier. Een vriend van hem tipte hem destijds. Zo kon je makkelijk een auto regelen en overal heen rijden om op te treden.

Op de vraag of hij nog platen luistert of ze in huis heeft bekend hij mij dat hij, al langer geleden, al zijn platen verkocht heeft ‘aan die tent tegenover Paradiso’ , ook wel Record Palace genoemd. ‘Ik heb al mijn 11.000 platen in 1 keer van de hand gedaan.’
En nu wil ik toch ook weer kopen wat ik destijds al had, vertelt hij mij. ‘Daarom kom ik hier zo vaak’

Omdat ik zelf saxofoon speel vraag ik hem nog naar zijn gewoontes. Hans repeteert nooit en heeft in zijn leven maar 3 weken gestudeerd. Uit het boekje wat hij kreeg toen hij bij de Harmonie ging spelen. ‘Het was een dun boekje, dus dat had je ook snel uit.’ Daarna is hij gaan spelen, spelen, spelen. Niet met je band in stoffige studio’s blijven samenkomen maar live optreden en veel spelen, daar word je beter van. Improviseren vind hij het allerbelangrijkste. ‘Want als je kunt improviseren in je leven dan heb je daar altijd wel wat aan.’

‘Weet je’ zegt hij als afsluiting van ons gesprek, ‘Verkopen en muziek maken vind ik even leuk. Van niets iets maken’ Na even denken, begrijp de ik de parallel, want van muziek kun je net zo verrukt zijn als van een nieuwe auto.
‘Heb je nu genoeg levenslessen? of wil je er nog meer ?”
Hij zegt me gedag en loopt de winkel uit. Heb je ooit genoeg van dit soort verhalen en gesprekken? Ik in ieder geval niet 🙂

Tekst en interview: Vera Verwoert

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Funkadelic, George Clinton, Parliament, N.W.A., Snoop Dogg en The Pharcyde. De muzieksmaak van oud-collega Sicco in een notendop. Sicco werkte van 1994 tot 2003 in Concerto en de 2e hands vinyl-afdeling was meestal zijn plek. Platen prijzen, heel veel platen prijzen. Zo ook de enorme jazz-collectie van mega-verzamelaar Niels Lettinga die in 2002 letterlijk tussen de platen was gestorven. Sicco ging samen met de toenmalige baas Gert kijken in de flat in Purmerend. Alle kamers van het appartement stonden vol met LP’s. Toen Sicco de collectie later in de winkel aan het prijzen was verzamelde zich een harde kern van jazz-verzamelaars rond de balie om te kijken wat er allemaal tussen zat. En Sicco? Die stond er meestal relaxed bij, grote grijns op zijn gezicht, draaide een favoriete soul, funk of hiphop elpee en knikte mee met de muziek …

In 2008, na een paar jaar o.a. chef-kok te zijn geweest, ging hij aan de slag bij Plato in Leiden waar hij in juli 2012 de eigenaar werd. De winkel werd (meerdere keren) verbouwd en richtte zich meer (hoe kan het ook anders) op 2e hands vinyl en het verkopen platenspelers en accessoires.

Meer over Sicco en de enorme “Lettinga” jazz-collectie lees je in ‘Concerto’, geschreven door Ewoud Kieft.

Door Menno Borst

In 1983 toen Guan Elmzoon zestien jaar was kwam hij voor het eerst in Concerto. Op zoek naar platen waar een vette break op stond of net dan ene stukje wat je als DJ kon gebruiken in een set. Funk, rock, jazz, reggae maar geen genre was te gek. Vijf jaar later in 1988 won Guan als DJ Allstar Fresh de Dutch Mixing Championships (DMC). In hetzelfde jaar deed hij mee aan de DMC World DJ Championships en werd derde! In 1986 was Orlando Voorn ook al derde geworden maar na Guan is er geen DJ van Nederlandse bodem geweest die dat heeft geëvenaard. Maar de grote klapper moest nog komen. Met zijn groep King Bee scoorde hij een wereldhit met ‘Back By Dope Demand’ in 1990.

Meer over Guan lees je in ‘Concerto’ van Ewoud Kieft in het hoofdstuk Diggin’ in The Crates.

Door Menno Borst

Door Menno Borst

Greetje Lekelaar werkte van 1965 tot 1969 (al vanaf haar vijftiende) in Concerto. In die periode zag de toenmalige baas Gijs Molenaar een talent in haar, en vroeg Greetje een ontwerp te maken voor op de tasjes die klanten meekregen na hun aankoop. Het resultaat zien we hier: sinds de jaren zestig is de tas nog steeds exact hetzelfde gebleven. Een paar weken geleden was Greetje – inmiddels ook wel Greet genoemd – in de winkel om ons over die tijd te vertellen.

Op de linker foto zien we haar in het winkeltenue, ergens eind jaren zestig. Voor de winter welteverstaan, in de zomer waren het rode minirokjes met een wit truitje.

Gerard ‘meneer’ Muller heeft een eigen hoofdstuk in het boek. Zijn verhaal begint op het moment dat hij op zijn drieëntwintigste voor het eerst Concerto binnenstapt, in 1971: het jaar dat hij vanuit Suriname naar Nederland was gekomen. Hij woonde en werkte bij de Oranje-Nassau Kazerne in de buurt, en ontdekte toen per toeval Concerto. In Suriname groeide meneer Muller op met een liefde voor muziek, en was vanzelfsprekend benieuwd naar de winkel. Hij stapte naar binnen en zag Bep: ‘een heel vriendelijke vrouw, ik kon goed met haar opschieten’. Hij werd al snel vaste klant.

Meneer Muller was vaak op zoek naar platen die je vrijwel nergens kon krijgen in die tijd: soul, funk, reggae, bepaalde jazz, salsa, muziek van The Drifters, Aretha Franklin, Otis Redding. ‘Er waren in die tijd niet zulke grote namen als Concerto, waar je altijd terecht kon. Hier wist je gewoon dat je aan het juiste adres was.’ Veel Surinamers wilden dezelfde platen als meneer Muller, maar er was nog niet zoveel aanbod. ‘Soms was er maar ééntje, en dan moest je echt vechten om de plaat te bemachtigen!’ Bep hield daarom vaak de zeldzame en dus begeerde soulplaten voor hem achter als die net binnen waren gekomen. Dan kwam meneer Muller ze de volgende dag meteen ophalen.

Meneer Muller draaide vaak aan één stuk door plaatjes als hij vrienden en kennissen over de vloer had. ‘Dan vroegen ze aan mij: Gerard, hoe kóm je aan deze plaat? Ze kenden Concerto nog niet: in Rotterdam en Den Haag had je zoiets gewoon niet. Maar vanaf toen kwamen ze vanuit alle uithoeken van het land naar Concerto toe’.

Benieuwd naar het hele verhaal van meneer Muller? Je leest het in het hoofdstuk ‘A change is gonna come’.

Door Emma van Bergeijk

Dit is Ewoud Kieft, historicus en schrijver, én oud-werknemer van Concerto. Ewoud begon bij Concerto als broekie van twintig. Nadat hij de bevreesde sollicitatie had doorstaan, ging hij aan de slag op de tweedehandsafdeling van de cd’s. Een felbegeerde baan, die hij in zijn eigen woorden ‘geheel aan toeval te danken’ had. In het boek beschrijft hij uitvoerig hoe andere collega’s toentertijd vragen moesten beantwoorden als: ‘Wie is Mel Tormé? Welke plaat raad je aan voor Bowie-fans? En tot welk genre behoort Joan Armatrading?’ Hij bracht het er gelukkig van af met een half antwoord op de vraag tot welk genre Dave Brubeck behoort.

In zijn jaren bij Concerto maakte hij veel mee: bijzondere mensen, de opkomst van nieuwe muziek, beroemdheden, gekke karakters en bovenal: de liefde voor muziek in allerlei soorten en maten, en de kracht die dit met zich meebrengt. Ewoud wilde niet dat deze verhalen verloren gingen en besloot ze te documenteren. Hiervoor sprak hij meer dan zestig mensen. Het resultaat ligt nu hopelijk voor je.

(Zo niet: haal hem hier in huis!)

 

Door Emma van Bergeijk

Joost van Bellen stond aan de wieg van de house scene in Nederland, was medeoprichter en resident DJ van de RoXY en heeft ook als organisator zijn stempel op het uitgaansleven gedrukt. En hij was (en is) ook vaste klant bij Concerto.

In 2002 besloegen de bakken nieuw vinyl slechts een klein deel van de winkel. In de kelder van het middelste pand samen met de toch flink grotere afdeling tweedehands platen. Langzaam begonnen de rijen met electronische muziek te groeien en electroclash in het bijzonder. Joost kwam langs om zijn eigen platen te scoren maar tipte ook zijn mede-DJ’s welke knallers er te halen waren. De medewerker die daar toen vaak achter de balie stond was Ewoud Kieft. En driemaal raden wie er net een boek met verhalen over Concerto heeft geschreven? Precies

Door Menno Borst

Dit zijn Bep (rechts) en Greetje. Je herkent ze misschien wel van de inmiddels legendarische zwart-witfoto van de vrouwen die in Concerto werkten (Bep eerste van links, Greetje nummer 2). Beiden werkten jarenlang in Concerto, waar ze goede vriendinnen werden. Bep kende al haar klanten en had een enorm hart voor de mens én muziek. Greetje was ondernemend, en bovendien een creatief brein: zij maakte in die tijd het ontwerp van de befaamde Concertotasjes, die je nog steeds om je nieuwe plaat of cd krijgt (zie volgend artikel). Samen maakten de twee nogal vaak het één en ander mee. Aan verhalen komen we niet tekort, maar we lichten wellicht de meest opvallende anekdote voor jullie uit.

Bep en Greet hielden ervan om na hun werkdag bij Concerto spontaan naar allerlei concerten te gaan, door het hele land. Vaak werden ze uitgenodigd door (on)bekende bandjes die in de winkel kwamen. Op een avond vergaten ze de tijd, terwijl ze ergens diep in het Oosten van het land stonden te dansen bij weer eens een concert van een opkomend bandje. De treinen naar Amsterdam reden niet meer. Concerto moest en zou om negen uur opengaan, dus zat er niks anders op. De dames huurden een vliegtuigje (!) om toch nog op tijd in de stad te zijn. Stipt om negen uur opende Bep de winkel.

Benieuwd hoe dit is gegaan? Je leest het in het boek!

 

Door Emma van Bergeijk

Op de foto zien we Flamencogitarist Eric Vaarzon Morel. “Hier was ik 20 geloof ik! Met cowboylaarzen in het Spaanse restaurant Vamos a Ver, vlakbij de Utrechtsestraat. Het was mijn eerste baantje in Nederland.” Eric werd in de sixties om de hoek van Concerto geboren. Omdat hij naar eigen zeggen altijd al met Flamenco bezig was, kocht hij in de jaren zeventig zijn eerste flamencoplaatjes bij de tweedehands platenafdeling.

Hij herinnert zich van die tijd dat toen alleen de meest linkse ruimte de winkel was, met een beneden- en een bovengedeelte (te zien op de eerste foto van Concerto in het fotoboek). “Daar had ik ook zo tussen kunnen staan, met mijn lange haar en cowboylaarzen. Ik kocht toen een plaat van een flamencozanger Juanito Valderrama, met gitarist Pepe Martinez. Die heb ik nog steeds.” In 1992 maakte Eric zijn eerste cd: ‘Flamenco de Hoy’ (‘flamenco van vandaag’). “In 2018 zette Concerto mijn album op LP, met artwork van Joost Swarte. Eindelijk had ik mijn eerste plaat!”

Nu, 30 jaar later, speelt Eric op 21 februari 2022 met een nieuw ensemble van jonge mensen in De Kleine Komedie. “Een nieuw begin: cadenza, gitaar, zang, dans en percussie. Daar ga ik eind dit jaar een nieuw album van maken. Misschien wel weer bij Concerto…” Un grande olé voor Concerto en z’n mooie historie!”

Het boek kun je vinden in onze webwinkel.

Door Emma van Bergeijk